Geplaatst op: 06 augustus 2009
Tuig met een snavel
Vergeet ratten, vergeet duiven: meeuwen zijn dé plaag van 2009. Auto's, vuilniszakken, voorpagina's van kranten: alles gaat kapot.
Ze lachen je uit. Het ketst tegen het flatgebouw dat boven het Bevrijdingsplein in Leiden uittorent. Het schalt over het marktplein. "Daar zijn ze", zegt John Siera zacht. Hij buigt wat voorover. Met toegeknepen ogen, wijsvinger omhoog: "En dat de hele dag. De hele nacht. Een zomer lang".
Meeuwen. John Siera kan geen meeuw meer zien. Vlak achter het Bevrijdingsplein woont hij, en hij wordt gek, van de meeuwen. "Net als half Leiden." In de binnenstad zitten ze. In de buitenwijken. Ze poepen de straten vol, gaten in autolak door het zuur uit hun uitwerpselen. Ze vallen mensen aan, als die in het broedseizoen te dicht bij hun nesten komen. Siera (52) schrijft erover, webpagina's vol, op meeuwenoverlast.nl. Ze rijten vuilniszakken uiteen, het huisvuil op straat uitsmerend. En dat gekrijs, dat gekmakende gekrijs. Slapeloosheid, depressies, een hoofdwond zelfs, twee jaar geleden. Aangevallen door een meeuw.
En zo gaat het in Den Haag. In Rotterdam. In Haarlem. In Katwijk, in Velsen en in Alkmaar. Gekmakende meeuwen, dus ook in de wijk van John Siera. Maar niet lang meer. Nog binnen een jaar is hij verhuisd. En misschien gaat hij Leiden wel uit. Vanwege de meeuwen.
Ze zitten er al een tijd, die meeuwen. Maar wat doe je er tegen? De gemeente doet te weinig, vindt Siera. Onderzoekt, ja. In de tussentijd wordt het probleem steeds erger. Actie dus. "In het uiterste geval alle meeuwenkolonies uitroeien met inzet van leger en commandotroepen, marechaussee, politie en jagers en special forces", schrijft hij.
Wond
Hier’, zegt John Siera, en hij wijst op de plek midden op zijn hoofd, waar zijn haar zich na 52 jaar aan het terugtrekken is. ‘Een wond had ik hier, twee jaar geleden.’ Hij kwam te dichtbij, en de meeuw trok te laat op.
Zilvermeeuwen, kokmeeuwen, stormmeeuwen, kleine mantelmeeuwen.
John Siera kan ze wel schieten, en veel Leidenaren met hem. Ze krijsen al jaren zo, op veel plekken in de stad. Buurtcomités werden opgericht, om er samen iets aan te doen. Want, zeggen ze, de gemeente ziet het probleem, onderkent het, maar doet te weinig.
Aan de noordkant van het centrum, zo’n zes kilometer van de lachende meeuwen van het Bevrijdingsplein, is stadspark De Leidse Hout. Stadsbioloog Frits van der Sluis werkt er, onder een vlieger van een arend. ‘Hebben we ook nog geprobeerd, zo’n vlieger aan een elastiek.’ Maar die meeuwen zijn slim. ‘Na een tijdje merkten ze dat die arend helemaal niets deed. Bouwden ze gewoon weer nesten onder de vlieger.’
Hoe ze de stad in kwamen weet eigenlijk niemand. Het zou gebeurd kunnen zijn toen de vos weer in de duinen kwam, rond het begin van de jaren tachtig. Maar de stad vormt nu eenmaal een ideale plek voor meeuwen, zegt Van der Sluis. ‘Voldoende eten, talloze plekken om hoog en veilig een nest te bouwen.’ Neem het de meeuw eens kwalijk.
De stadsbioloog denkt dat ze er toch wel waren gekomen. De vos heeft het alleen versneld. Meeuwen zoeken naar voedsel in een straal van zo’n veertig kilometer. Dus in de stad kwamen ze al. Hij weet niet precies hoeveel het er zijn, maar de schatting is dat er vijfhonderd paren nestelen, elk jaar, vanaf de jaren tachtig. In het broedseizoen, dat van april tot eind augustus loopt, krijgen ze zo’n drie eieren per keer. Niet elk jong haalt het, de populatie blijft volgens Frits van der Sluis ongeveer gelijk. De jongen die het wel halen, kunnen ongeveer twintig jaar oud worden.
Wat doe je er tegen?
Belangrijker: wat doe je er tegen, tegen het gekrijs, het geschijt, de aanvallen.
Afschieten? ‘Dat lijkt een voor de hand liggende oplossing. Maar in Denemarken schoten ze ieder jaar de helft van een populatie weg. Voor de andere helft betekent het dat er meer voedsel is, dus het aantal meeuwen groeide juist.’
Eieren weghalen? ‘Een meeuw is drie, vier jaar oud als hij voor de eerste keer gaat nestelen. Haal je ze dan weg, dan gaan ze gewoon eerder eieren leggen.’
Vergif? ‘Duiven eten uit je hand, die kun je gif of anticonceptiemiddelen geven. Meeuwen vechten om eten, en pikken niet uit je hand. Wie garandeert dat er geen vergiftigd eten door kinderen of huisdieren wordt gegeten?’ Vliegers, knallen, valkeniers inzetten helpen evenmin. Meeuwen raken er aan gewend en gaan gewoon door als ze merken dat er niets gebeurd.’
In Leiden wordt geëxperimenteerd met gele vuilniszakken, maar het is nog niet bekend of dat werkt. Eieren worden verwisseld voor plastic exemplaren door de gemeente. Dat helpt, maar alleen lokaal. En het is veel werk, en het kan niet altijd. Netten spannen en pinnen op het dak, dat kan helpen. Maar de gemeente kan dat niet in de hele stad doen en veel flats zijn moeilijk begaanbaar voor de bewoners.
Een aantal maatregelen werkt, maar lokaal en tijdelijk. De gemeente Leiden is momenteel samen met Alkmaar, Den Haag en de Universiteit Wageningen bezig met een onderzoek om andere broedplaatsen in te richten, in de hoop dat de meeuw weg wil uit de stad. Want over de meeuw, en wat er tegen te doen, is weinig bekend.
Tot die tijd moeten de Leidenaren en stadsbewoners op andere plekken de vogels vooral niet voeren. Want eigenlijk, eigenlijk is die meeuw hier gekomen door ons. Doordat we zoveel weggooien, op straat zetten en zo een ideale biotoop hebben gecreëerd.
Maar krijg ons gedrag maar eens veranderd.
Journalist: Pieter Sabel
Gepubliceerd in De Pers: woensdag 5 augustus 2009