Geplaatst op: 11 september 2006

"Elke vogel is welkom in Leiden, maar bij de zilvermeeuw zet ik toch
vraagtekens", vertelt stadsbioloog Frits van der Sluis van de gemeente
Leiden.
Het grootste probleem is de geluidsoverlast. "Bij alles wat
in hun ogen gevaar oplevert voor de kuikens, slaan ze alarm. Als er
eenmaal een paartje begint met krijsen, volgt de rest van de
meeuwenkolonie." Dat sommige Leidenaren last hebben van die
oorverdovende kakofonie, begrijpt Van der Sluis heel goed. "Zeker als
dat 's nachts boven je slaapkamerraam gebeurt."
De zeemeeuw
was altijd al aanwezig in steden op zoek naar voedsel, maar werd in
Leiden voor het eerst in 1988 broedend aangetroffen. De vogels waren
verhuisd vanuit de duinen waar een groeiende populatie vossen hun
eieren opvrat. De vogels bouwden vooral nesten op daken, dakkapellen en
in goten. De gemeente probeerde de overlast terug te dringen door de
eieren in de nesten te vervangen door stenen eieren, zodat er geen
kuikens kwamen die door de ouders beschermd moesten worden. Omdat er
steeds meer nesten kwamen, was het op een gegeven moment niet meer te
doen om deze allemaal te traceren en is de gemeente hier mee gestopt.
De laatste tijd is geëxperimenteerd met draden en prikkers die op de
daken worden geplaatst, zodat de vogels er geen nest kunnen bouwen. Dat
lijkt te helpen, maar er zijn simpelweg te veel daken in de stad om ze
allemaal af te zetten. "Mensen die klagen over een schreeuwende meeuw
boven het dakraam geven we nu wel het advies om zelf een draad te
spannen", aldus de stadsbioloog.
Volgens Van der Sluis zijn
rigoreuze maatregelen, zoals het afschieten van de vogels geen
oplossing. "In Denemarken en Duitsland is dat geprobeerd. Daar schoten
ze ongeveer 20.000 vogels per jaar af, maar dat gaf de overlevende
beesten juist weer een grotere overlevingskans, omdat er meer eten
beschikbaar was. De populatie bleef gewoon gelijk."
Leiden
wil nu samen met andere gemeenten die last hebben van de meeuw, een
onderzoeksvraag samenstellen en deze bij een universiteit uitzetten. De
klachten over meeuwen die mensen en dieren aanvallen en koekjes uit de
handjes van kinderen stelen, vindt Van der Sluis overigens niet erg
geloofwaardig. "Een meeuw zal om zijn jongen te beschermen wel
schijnaanvallen uitvoeren, dat is imponeergedrag, maar zal nooit mens
of dier direct aanvallen." Ook de verhalen over meeuwen die in
vogelvlucht toastjes van tafel afpikken, gelooft hij niet. "In een tuin
is veel te weinig ruimte om te kunnen manoeuvreren. Op veerboten zie je
het wel eens dat ze brood uit de hand pakken, maar dat is een grote
open ruimte en bovendien aangeleerd."
(Bron: ANP)